Archieven voor Edwin Haan

Author: Edwin Haan

Coros Dura 2 Solar

Coros Dura 2 Solar: premium fietscomputer met 120 uur accuduur, spraakbediening en opvallend nieuw design

Nog geen week nadat Garmin de nieuwe Edge 1060 presenteerde, slaat Coros terug met een volledig nieuwe fietscomputer. De Coros Dura 2 Solar volgt de oorspronkelijke Dura op en is op vrijwel alle fronten vernieuwd: groter scherm, snellere navigatie, spraakbediening, nieuwe materialen en uiteraard opnieuw een bijna absurd lange accuduur. Waar de eerste Dura vooral indruk maakte met zijn batterijduur en relatief scherpe prijs, mikt Coros nu nadrukkelijk op het premiumsegment. Daar hoort ook een stevig hoger prijskaartje bij: vanaf 499 euro zonder stuurhouder en 549 euro inclusief aluminium mount. De nieuwe Dura 2 is trouwens pas vanaf 3 november te koop, kennelijk wilde de marketingafdeling je nog even weerhouden van het aanschaffen van de Edge 1060 door het nieuws alvast te brengen. Opvallend nieuw ontwerp Het eerste dat opvalt aan de Dura 2 Solar is het uiterlijk. Waar de meeste fietscomputers nog altijd lijken op een zwart kunststof blokje, heeft Coros gekozen voor een veel slanker ontwerp met een aluminium bovenrand en een achterzijde van carbon. Het resultaat oogt modern en onderscheidend. De computer meet 117 x 58 x 17 mm, weegt slechts 99 gram en is aan de bovenzijde slechts 5,7 mm dik. Volgens Coros draagt die taps toelopende vorm zelfs bij aan de aerodynamica. Coros-topman Lewis Wu vat de ontwerpfilosofie treffend samen: “We wilden een fietscomputer maken die eruitziet alsof hij thuishoort op een mooie fiets, in plaats van een functioneel apparaat dat je voor lief neemt.” Veel groter scherm De Dura 2 Solar krijgt een volledig nieuw 3,5 inch Sharp Memory-in-Pixel touchscreen. Dat is een flinke stap vooruit ten opzichte van het 2,7 inch scherm van de eerste generatie. Volgens Coros biedt het scherm 30 procent meer oppervlak en een hogere pixeldichtheid. De specificaties zijn indrukwekkend: Coros claimt bovendien dat dit de snelste MIP-display (Memory-in-Pixel: is een zeer energiezuinig type beeldscherm dat veel gebruikt wordt in sporthorloges en outdoor-apparaten) op de markt is. Een ander voordeel: de schermranden zijn veel smaller geworden. Dat maakt de computer moderner en strakker dan veel concurrenten. De bekende draaiknop verdwijnt Waar Garmin op de 1060 juist een draaiknop toevoegd, laat Coros hun karakteristieke draaiknop van de eerste Dura juist verdwijnen. In plaats daarvan kiest Coros voor een combinatie van: De drukgevoelige knoppen werken ook met dikke winterhandschoenen en blijven bruikbaar als het scherm nat wordt. Over die haptische bediening zijn de eerste ervaringen overigens wisselend. Sommige testers vonden de drukgevoelige vlakken minder intuïtief dan het touchscreen zelf. Voor het eerst: spraakbediening Een van de grootste nieuwe functies is de toevoeging van een microfoon en luidspreker. Daarmee krijgt de Dura 2 Solar spraakbesturing. Gebruikers kunnen onder andere: Coros heeft aangegeven dat gesproken bestemmingszoekopdrachten voor navigatie later via een software-update worden toegevoegd. Bij introductie is die functie nog niet beschikbaar. Nog steeds krankzinnige accuduur De batterij blijft misschien wel het grootste verkoopargument. Coros claimt: Modus Accuduur Alle satellietsystemen actief 120 uur Dual-frequency (L1 + L5) 70 uur Dat zijn waardes zonder zonne-energie meegerekend. Het zonnepaneel is verhuisd van boven het scherm, naar onder de onderkant van het display. Volgens Coros is het paneel: Onder ideale omstandigheden kan één uur rijden in direct zonlicht tot twee uur extra gebruiksduur opleveren. Die claim geldt wel bij zeer fel zonlicht. In een Nederlandse winter zal de opbrengst aanzienlijk lager liggen. Voor bikepackers, ultra-racers en vakantiefietsers betekent dit dat opladen in de praktijk mogelijk nog maar zelden nodig is. Navigatie flink verbeterd Een van de kritiekpunten op de eerste Dura was de soms trage kaartweergave. Coros zegt dat dit probleem nu is opgelost. Zoomen en verschuiven van kaarten moet merkbaar sneller verlopen dankzij een krachtigere processor. Daarnaast introduceert Coros: Offline herroutering werkt echter niet volledig zelfstandig. De berekening verloopt via de gekoppelde Coros-app op de smartphone. Die moet tijdens de rit via Bluetooth verbonden blijven. Wel kan dit zonder mobiel bereik als de benodigde kaarten vooraf zijn gedownload. Muziek, fietsbel en extra slimme functies Nieuw is ook ondersteuning voor MP3-opslag en mediabediening rechtstreeks vanaf de fietscomputer. Daarnaast introduceert Coros een digitale fietsbel die met een dubbeltik op het scherm kan worden geactiveerd. Het toestel beschikt bovendien over een ingebouwde luidspreker voor navigatie-aanwijzingen en andere meldingen. Handige extra’s zijn onder meer: Meer trainingsfuncties De Dura 2 Solar integreert volledig met Coros EvoLab, het trainingsplatform van het merk. Gebruikers krijgen inzicht in onder andere: Ook ondersteuning voor links-rechts vermogensmeting is aanwezig. Synchronisatie is mogelijk met onder meer: Nieuwe mounts Voor de Dura 2 Solar introduceert Coros ook nieuwe aluminium houders. Zowel de standaard mount als de out-front mount beschikken over een bevestigingssysteem voor accessoires zoals een lamp of actioncamera. Opvallend is dat Coros de computer ook los verkoopt. Wie al een compatibele houder bezit hoeft daardoor niet verplicht een nieuwe mount aan te schaffen. Concurrent voor Garmin Edge 1060? Met de Dura 2 Solar lijkt Coros voor het eerst een echt alternatief neer te zetten voor topmodellen zoals de Garmin Edge 1060 en Wahoo Ace. Het toestel biedt een vergelijkbaar groot scherm, uitgebreide navigatie, moderne functies zoals spraakbesturing en een premium afwerking van carbon en aluminium. Tegelijkertijd blijft de accuduur ongeëvenaard. Daar staat tegenover dat het prijsvoordeel van de eerste Dura een stuk kleiner geworden is. Waar het origineel vooral aantrekkelijk was door zijn lage prijs, begeeft de Dura 2 Solar zich nu nadrukkelijk in het premiumsegment, al is de nieuweling alsnog 250 euro goedkoper dan het nieuwe vlaggenschip van Garmin (€799,99). Conclusie De Coros Dura 2 Solar is geen evolutie maar een complete herziening van de oorspronkelijke Dura. Het grotere scherm, de veel modernere vormgeving, snellere kaarten, spraakbediening en nog altijd indrukwekkende batterijduur maken hem direct een van de interessantste fietscomputers van 2026. Of hij Garmin-rijders massaal gaat verleiden, zal vooral afhangen van de praktijkervaring met de vernieuwde software en navigatie. Eén ding lijkt echter al duidelijk: Coros speelt niet langer mee in de categorie “interessant alternatief”, maar mikt vol op de absolute top van de markt. Meer info via: coros.com/eu/dura2solar Pluspunten Minpunten

Gereden: Dijk tot Dijk strandrace, 11 oktober 2026

De kop is eraf, we reden de eerste strandrace van het seizoen in Huisduinen, de Dijk tot Dijkrace. Prima georganiseerd door Beachraces.eu, met een groot deelnemersveld en onder heerlijke Hollandse omstandigheden. Regenbogen op Coming Out Day Ronald en ik keken hier al een poosje naar uit, die eerste strandrace is net zoiets als in het voorjaar voor het eerst weer in kort-kort rijden. We bleken niet de enige die er zin in hadden, want met ruim 200 inschrijvingen, was de organsatie heel tevreden. Startnummers ophalen kon in het dorpshuis van Huisduinen, net onder Den Helder. Met uitzicht op de scheve vuurtoren en een meer dan stevig briesje was het voor het eerst best aan de frisse kant. Voor ons was het bijna anderhalf uur rijden, vanuit Flevoland naar het strand. Anderhalf uur waarin het nauwelijks droog was. Het leverde wel mooie luchten op en een paar regenbogen. Toepasselijk, op Coming Out Day! Dikke banden gala Ronald reed op zijn gravelbike, met 55 mm Schwalbe G-One RS Pro bandjes, die dankzij brede velgen bijna de 56 mm haalden, past net. Tussen alle ‘echte’ strandfietsen, viel zijn set-up wel een beetje op, maar het bleek, ondanks de kleine nopjes op de zijkanten, allemaal prima te rollen op het strand. De meeste strandrenners rijden met profielloze 60 mm Schwalbe G-One’s. Ik vertrok op mijn Wikkit, die speciaal voor mijn lange lijf en het strand gebouwd is. Om 11 uur werden de echte kleppers weggeschoten, gevolg door de wedstrijddames. Vlak daarna mochten wij, de age-groupers, van start. Vanaf de voordeur van het dorpshuis, de dijk op, linksaf naar het strand. Daarna in volle vaart (ahum), 21 kilometer naar het Palendorp bij Petten, een rondje om het huisje van de reddingsbrigade en weer terug. En dat allemaal droog, maar wel vergezeld van een nare zijwind, die steeds harder leek te worden. Zeker waar het zand wat zoog, was dat dus constant druk op de pedalen en nooit van die lekkere snelheden die je met een flinke Zuidwester haalt. Al een flink stuk voor het keerpunt zagen we de koplopers terugrijden. Met de uiteindelijke winnaar, Jules de Cock, een meter of vijftig voor op zijn achtervolgers. Die voorsprong wist hij vast te houden, hij kwam tien seconden voor Rick van Breda over de finish. De complete uitslag vind je hier: https://sporthive.com/sessions/12966266. Mijn Strava-feed stond na deze race vol met renners die hun record-wattages voor een uur hadden gereden, dat doet zo’n strandrace dus met je. Superknecht Ronald is een stuk sterker dan ik, maar wilde toch graag samen fietsen. Zo had ik de luxe van een heuse superknecht, waar ook anderen dankbaar gebruik van maakten. Voor het keerpunt raakten we elkaar even kwijt, maar hij stond daar gewoon op me te wachten. Waar vind je dat soort fietsmaten nog, de volgende Karmeliet is van mij! Op de terugweg pikten we hier en daar nog wat gekraakten op, die hadden zichzelf op de heenweg net een klein beetje overschat. Het is ook heel lastig indelen, zo’n race. De laatste twee kilometer kregen we alsnog een bui voor de kiezen, gecombineerd met nog maar eens een regenboog, wat is het toch schitterend aan onze kust. Na anderhalf uur gingen we, uitgepierd maar voldaan, over de finish. Ergens in de middenmoot qua uitslag, en alweer uitkijkend naar de volgende race. We hebben de complete kalender op de site staan. Heb je zelf nog nooit een strandrace gereden? Gewoon een keer doen! Het is echt heel erg leuk en zoals Ronald heeft bewezen kan het ook prima op een moderne gravelbike. Zet er dan wel zo breed mogelijke banden in, maar zo min mogelijk profiel en ga met heel weinig druk rijden. NL Beachcup De Dijk tot Dijk race was de eerste uit een serie van vijf die samen de NL-Beachcup vormen. De volgende vindt plaats op 28 november in Katwijk. Die van 3 januari op Texel fungeert ook gelijk als Nederlands kampioenschap. Er zijn ook nog een heleboel andere strandraces en toertochten, het overzicht vind je hier:strandrace-kalender-2026-2027. Op ons forum loopt een topic over strandracen. Wil je meepraten? Leuk! Even registreren kost je niets. Krijg je ook gelijk onze wekelijkse nieuwsbrief, zodat je nooit meer iets mist. Hierboven een videoverslagje, de Insta360 had even geen zin in de finish, het eind is dus wat abrupt.

Review t-type inbus of hex keys

Review | T-type inbus, handiger klussen aan je fiets, voor weinig geld

Welke hobbysleutelaar heeft er niet ooit zijn multitooltje verketterd bij het monteren van een bidonhouder. Of als je op z’n kop je fietscomputermount moet monteren, met zo’n klein prutboutje. Ik was er klaar mee en besloot serieus te investeren in een setje goede inbussleutels of hex keys in goed Nederlands. Leuk gereedschap en geld over Maar het bleek helemaal niet nodig om serieus te investeren. Op de site van één van die grote Chinese aanbieders vond ik voor een schijntje deze fantastische t-type sleutels. Met een losse aluminium huls eromheen, waardoor ze nog veel makkelijker te gebruiken zijn dan normale inbussleutels. Als je met je ene hand die huls vasthoudt, kun je met de andere heel soepel de sleutel laten ronddraaien, zonder steeds te hoeven ‘overpakken’. Ik heb in mijn garage een aantal minitooltjes rondslingeren en zo’n mooie set gekleurde haakse inbussleutels van Wera. Die laatste zijn echt onverwoestbaar, maar ook flink aan de prijs. En als je het lange deel wilt gebruiken, is het korte deel als handvat niet heel handig, vooral niet omdat wat je dan als handvat gebruikt maar aan één kant zit. Met de t-type sleutels uit deze review heb je dat probleem niet en ik ben echt verrast door de kwaliteit, voor de prijs dan welteverstaan. Mijn ouweheer had het altijd over pisbakkenstaal als ik bij de bouwmarkt weer eens in de aanbiedingenbak keek. Dat is dit zeker niet. Ze passen strak in de diverse boutjes en zijn lekker gehard. Slim ontwerp Ik bestelde er zes, in 2, 2.5, 3, 4, 5 en 6 mm uitvoering. Daarmee kan ik van de kleine boutjes voor remmen en fietscompuntermounts, tot de grotere voor zadelpen- of sommige stuurpenklemmen vast- of losdraaien. Maar het meeste plezier haal ik uit het (de-)monteren van bidonhouders. Daar zat ik met mijn grote handen altijd te hannessen. Een multitool kan niet ronddraaien, met de Wera-sleutels gaat dat beter, maar die houden niet fijn vast op de korte kant. Deze, van Wollfan (of Wallfan – ze twijfelen kennelijk nog, want gebruiken beide namen), doen het geweldig, Je zet ze makkelijk recht op het boutje in kwestie, houdt met 1 hand het blauwe aluminium busje vast en draait met je andere hand met het t-handvat soepel ieder boutje los of vast. Extra feature is dat je de bovenkant van de T ook nog kunt opschuiven, voor plekken waar de lange poot te lang is. Zo maak je de korte kant nog korter, of juist iets langer, net wat je nodig hebt voor de klus. Door een slim systeem met een veertje en een pinnetje, kan het handvast wel schuiven, maar er niet uitvallen. Zelf kopen? Ik weet niet hoelang deze link blijft werken, maar anders zelf even zoeken op Aliexpress of Temu en je vindt ze in alle kleuren, los of als set, met of zonder houder.

Look G85 Cezal RS

LOOK introduceert G85 Cezal RS, een treetje boven de standaard Cezal

LOOK breidt zijn gravelaanbod uit met de G85 Cezal RS, een nieuwe high-end gravelbike die specifiek is ontwikkeld voor wedstrijden. De Franse fabrikant gebruikt de bestaande G85 Cezal als uitgangspunt, maar geeft de RS een lichtere en stijvere carbonconstructie. Het resultaat moet volgens LOOK het lage gewicht en de efficiëntie van een racefiets combineren met de mogelijkheden die nodig zijn voor serieus gravelgebruik. De G85 Cezal RS staat dus naast de bestaande G85 Cezal. Beide fietsen hebben dezelfde geometrie, maar de RS krijgt een nieuwe high-modulus carbon lay-up. Daardoor is het frame ongeveer 200 gram lichter en volgens LOOK 15 tot 20 procent stijver dan dat van de reguliere G85 Cezal. De fabrikant richt zich met de RS vooral op gravelracers die waarde hechten aan gewicht, efficiëntie en directe krachtoverbrenging. 1.050 gram voor het frame Een G85 Cezal RS-frame in maat M weegt volgens LOOK 1.050 gram in de uitvoering Carbon/Chrome Orange. De Hypershift Blue-versie komt uit op 1.070 gram. De bijbehorende carbon voorvork weegt respectievelijk 480 en 470 gram. De gewichtsbesparing ten opzichte van de G85 Cezal wordt onder meer bereikt met de nieuwe carbon lay-up en door het weglaten van de geïntegreerde toolbox. LOOK claimt bovendien flinke winst in stijfheid. Bij een gestandaardiseerde stijfheidstest van het Duitse Zedler-Institut is de G85 Cezal RS rond het balhoofd 20 procent en rond de trapas 19 procent stijver dan de reguliere G85 Cezal. Daarmee moet de nieuwe fiets vooral bij accelereren en hard aanzetten directer reageren. Ruimte voor brede banden Ondanks zijn wedstrijdgerichte karakter blijft de G85 Cezal RS behoorlijk veelzijdig. Aan de voorzijde is ruimte voor banden tot 57 mm, achter maximaal 50 mm bij een 1x-aandrijving. Bij een 2x-aandrijving noemt LOOK 45 mm als maximale bandbreedte achter. Zowel 1x als 2x is mogelijk, met een maximaal kettingblad van 50 tanden. Het frame maakt gebruik van een T47 bottom bracket, UDH-derailleurpad, 12 mm steekassen en flatmount schijfremmen met 160 mm remschijven. De zadelpen heeft een diameter van 27,2 mm en LOOK monteert zijn LS1 UD-carbon zadelpen. Het 3D Wave Flex System moet voor extra comfort zorgen. Volgens Look kun je de voorvork vervangen voor een verend model, de geometrie is geschikt voor montage van een vork met 60 mm veerweg, zonder dat de stuureigenschappen erg veranderen. LOOK zegt ook dat dit het best werkt met een vork met 50mm rake en 40 tot 50 mm veerweg. Aerodynamica speelt ook een rol, maar LOOK zegt bewust niet geprobeerd te hebben de G85 Cezal RS in een soort aeroracefiets voor gravel te veranderen. Volgens de fabrikant leveren bij gravel vooral de positie van de renner en de cockpit aerodynamisch voordeel op. Daarom zijn de kabels geïntegreerd, terwijl er verschillende cockpitconfiguraties mogelijk blijven. Twee complete G85 Cezal RS-modellen Bij de introductie verschijnen twee complete RS-uitvoeringen. De G85 Cezal RS SRAM Red XPLR is het topmodel en kost 8.990 euro. De fiets weegt volgens LOOK 8,3 kg en krijgt een SRAM Red XPLR 1x-groep met een 44-tands kettingblad. LOOK combineert deze met een eigen Aero Carbon-cockpit, Fulcrum Sharq C25-wielen met een velghoogte van 42 mm en Hutchinson Touareg Race-banden in 700 x 45c. Deze uitvoering wordt geleverd in Chrome Orange/Black UD. Een trede lager staat de G85 Cezal RS SRAM Force XPLR voor 6.990 euro. Deze uitvoering weegt 8,5 kg en heeft een SRAM Force XPLR 1x-groep met een 40-tands kettingblad. De cockpit bestaat uit een Deda Superzero Gravel-stuur met geïntegreerde stuurpen. Ook hier monteert LOOK Fulcrum Sharq C25-wielen en 45 mm brede Hutchinson Touareg Race-banden. De kleur is Hypershift Blue. Wie zelf een fiets wil opbouwen kan kiezen voor de G85 Cezal RS frameset voor 3.290 euro. Daarbij horen onder meer de carbon voorvork, Token T47-bottom bracket en LOOK LS1-carbon zadelpen. Een stuurpen wordt niet meegeleverd. Prijzen LOOK G85-serie De volledige gravelreeks ziet er volgens LOOK zo uit: Meer info via: lookcycle.com

Steven Super Prestige 2027

Review | Stevens Super Prestige 2027, lighter, sharper, faster

In deze tijd van het jaar gaat ons hartje altijd weer wat sneller kloppen. want…..cross is coming! Eigenlijk is cross er al, want de eerste wedstrijd stond al op 15 augustus op de UCI-kalender, in Australië. Maar voor ons begint het seizoen pas echt als de blaadjes vallen, het herfstweer gearriveerd is en de eerste crossen op de Belgische kalender staan. Tijdens de Stevens testdag bij het Sven Nijs Cycling Center in Tremelo (BE) leek het in de verste verte nog niet op herfst. Het parcours lag er dan ook kiezelhard bij, maar dat weerhield me er niet van de splinternieuwe Stevens Super Prestige ULT een paar rondjes over het parcours te jagen. Eerst even wat stapjes terug. Stevens is een Duits fietsenmerk, dat op een of andere manier heel groot is geworden in de cyclocross scene. Het is een familiebedrijf uit Hamburg, dat al sinds 1991 bestaat en in twintig landen verkocht wordt. Op uitnodiging van de Belgische verdeler Carbonbike BeNeLux kon ‘de pers’ eind augustus alvast een aantal nieuwe Stevens fietsen testen, waaronder de nieuwe cyclocrosser. De dag begon met wat uitleg van Leonie, industrial designer bij Stevens, die zich heeft beziggehouden met het verbeteren van de Super Prestige. Lighter, sharper, faster Het doel was een fiets te maken die lichter en sneller was en dan ook nog eens scherper stuurde dan zijn voorganger. Om het nog wat ingewikkelder te maken, had ze zich ook nog ten doel gesteld dat alle vormen ‘flowing’ moesten worden. De fiets moest niet alleen lichter worden, maar er ook zo uitzien. De eerste conclusie: alle doelstellingen zijn gehaald. De vernieuwde crosser ziet er rank en flowing uit. Het frame is maar liefst 400 gram lichter dan het oude model en zet nu 1415 gram op de weegschaal. Een complete fiets in maat M komt op 7.7 kg. Ondanks dat de UCI-regels bepalen dat er geen banden breder dan 33 mm in een wedstrijdfiets mogen zitten, is er toch gezorgd voor extra ruimte om modder te lossen. De bovenbuis is platter gemaakt, wat het op de schouder dragen vergemakkelijkt. De achtervork is voorzien van een UDH-bevestiging, zodat je een SRAM-derailleur rechtstreeks op de vork kunt monteren. Mijn testmodel is voorzien van een Ultegra groepset, dat past natuurlijk ook, met de Shimano derailleurpad. Wat ik ook fijn vind is dat er een gewone stuur-/stuurpen combinatie is gemonteerd, waardoor je makkelijk kunt wisselen en posities aanpassen. Een vast cockpitcombinatie is gewoon niet handig op dit soort fietsen. In de praktijk Ik ben geen echte cyclocrosser, maar vind het wel leuk om af en toe eens een rondje over een echt parcours te gaan. In het pré-gravel tijdperk deed ik dat op crossfietsen, tegenwoordig heeft de gravelbike die plaats ingenomen. Voor mij was het dus even wennen om weer eens een echte hardcore crosser onder de kont te krijgen. De 33 mm Schwalbe X-One bandjes zien er plots vrij smal uit, waar dat een paar jaar terug toch een vrij normale maat normaal was om mee door het terrein te gaan. Vanuit de winkel krijg je de fiets afgeleverd met binnenbanden, zo waren de testfietsen ook afgemonteerd. Dat is eigenlijk totaal nutteloos tijdens het crossen. Je wilt een lage bandendruk voor genoeg grip, maar geen stootlekken onderweg. Dus rijd je bij voorkeur met tubes, of – vanuit praktisch of financieel oogpunt – in ieder geval tubeless. Voor de test stop ik dus maar wat teveel lucht in de bandjes, om stootlekken te voorkomen, en ga op pad. In mijn testfiets zit trouwens een set lage DT Swiss wielen, die eigenlijk bij de goedkopere uitvoering van de Super Prestige horen. In deze ULT-versie hoort eigenlijk een fraaie 45 mm hoge carbon Leeze wielset met One-X R Evolution banden ipv de al uit de Schwalbe-collectie zijnde Allround uitvoering waar ik mee test. Het uitgedroogde parcours leg ik dus al hobbelend en stuiterend af, wat de ervaring wel een extra dimensie geeft. Twee zaken vallen direct op; dit is duidelijk een echte wedstrijdfiets. Hij is lekker licht én bijzonder wendbaar. De geometrie is veel aggresiever dan die van de gemiddelde gravelbike. Dit is een fiets om de hoek om te smijten, niet om comfortabel mee over lange rechte stroken te rollen. Dat ‘hoeken smijten’ kan prima op het parcours dat Sven Nijs uitzette. Het gaat heerlijk op en neer, soms best wel steil op- en neer. Met talloze 180 gradenbochten, een paar steile bruggetjes en uitgereden geulen waar je winst haalt door het juiste spoor te kiezen, is dit een soort human powered achtbaan. Het is heerlijk spelen, de Super Prestige is hier helemaal in zijn element. Jammer dat ik de bochten toch enigszins voorzichtig moet nemen, ik voel de bandjes soms wat onder me zwikken, iets dat niet zou gebeuren met bredere velgen en minder bandendruk. Evengoed vermaak ik me prima in deze speeltuin voor volwassenen. Schakelen gaat razendsnel met de Ultegra Di2 shifters, en er is een echt cyclocross crankstel gemonteerd, 46/36T dus. Waar ik even van de fiets moet, is het op de schouders leggen inderdaad best comfortabel. De schijfremmen doen wat ze moeten doen, vol gas op de bocht af, zo laat mogelijk remmen en direct weer druk op de pedalen zodra het kan. Wat is crossen eigenlijk toch leuk, net even wat Spartaanser dan gravelen. Gewoon op zondagochtend een uurtje volle bak spelen, om ’s middags op Sporza of Eurosport te kijken naar hoeveel beter de profs hierin zijn. Jammer dat ik boven de grote rivieren woon, waar crossen bijna niet-bestaand is. Alleen voor wedstrijdcrossers? Ja, eigenlijk wel. De beperkte ruimte voor bredere banden maken dit een fiets die eigenlijk echt alleen geschikt is voor crossen of voor veldtoertochtrijders die graag alweer binnen zijn voordat de soep op het pauzepunt warm is. Ben je een gravelaar die houdt van oldskool raggen en comfort iets vindt voor watjes, dan heb je aan de nieuwe Super Prestige wel een heerlijke speelse crossfiets. Maar misschien kun je ook dan toch eerst even een kijkje nemen in de gravelcollectie van Stevens. De nieuwe Camino RS is namelijk ook geen slome slak. Het frame is wel voorzien nokjes voor twee bidonhouders, verder doen ze uiteraard niet aan bevestigingspunten. De nieuwe Super Prestige komt er in twee uitvoeringen, ULT met Ultegra, voor €4.479 en de Rival, met de gelijknamige SRAM groepset voor €3.459 euro. Die heeft een enkel voorblad en dus ook geen voorderailleur. Zoals gezegd, de ULT komt met een mooie hoge wielset, de Rival met de DT Swiss wielen. Er is ook een losse frameset beschikbaar voor €2.359 euro. De fiets is er in 6 maten die lopen van 48 t/m 61 cm. Meer info via: stevensbikes.de

Podcast over critical power en w'

Podcast #008: Over Critical Power en W’, met WattzegtRob

In deze podcast van The Cycling Crew schuift wielercoach Rob Bohte, van WattzegtRob.nl, aan om het over Critical Power en W-prime te hebben. Wat is het voordeel van trainen op CP & W’ ten opzichte van FTP, wat zijn CP & W’ überhaupt? Gaat de vergelijking met de batterij in een F1-auto op en hoe hebben Ronald en Edwin het er vanaf gebracht in hun testen? Rob schreef een begeleidend artikel over deze materie, dat lees je hier. Zoals altijd is er ook bij deze podcast weer een leuk pakketje goodies te winnen door onder onze socialposts over deze podcast te reageren. Tag dit keer een fietsmaatje die wel wat trainingsadvies van Rob kan gebruiken! Met dank aan WV Amsterdam voor het mogen gebruiken van de kantine om deze editie op te nemen. Je luistert de podcast via de widget hieronder, of op de podcast pagina waar het hele archief verzameld is. Uiteraard vind je onze podcast ook in je favoriete afspeelapp, we staan o.a. op Spotify en iTunes.Veel luisterplezier!

IGPSPORT BINAVI review

Review | iGPSPORT BiNavi fietscomputer: platte alleskunner voor een vriendelijke prijs

Wie een uitgebreide fietscomputer met kaartnavigatie, een groot kleurenscherm en ondersteuning voor zo ongeveer alle denkbare fietssensoren zoekt, komt al snel bij Garmin, Wahoo of Hammerhead terecht. Maar ook iGPSPORT timmert behoorlijk aan de weg. Met de BiNavi mikt het Chinese merk duidelijk op fietsers die veel functionaliteit willen, zonder meteen de hoofdprijs te betalen. Op papier is de iGPSPORT BiNavi behoorlijk compleet. Je krijgt een 3,5 inch kleurenscherm met touchscreen, uitgebreide kaartnavigatie, dualband-GPS, 32 GB opslagruimte en een opgegeven accuduur van meer dan 35 uur. De prijs ligt bovendien een stuk lager dan die van verschillende vergelijkbare topmodellen van de gevestigde merken. Maar belangrijker is natuurlijk de vraag hoe dat allemaal in de praktijk werkt. We hebben de BiNavi gebruikt op verschillende fietsen, gekoppeld aan powermeters, een hartslagband, radarachterlichten en zelfs een smartwatch van iGPSPORT. Vooral het gebruiksgemak en de enorme hoeveelheid mogelijkheden om de schermen naar eigen smaak in te richten vallen daarbij positief op. Specificaties iGPSPORT BiNavi Dit zijn de belangrijkste specificaties van de BiNavi, dan hebben we die maar benoemd: Groot scherm zonder enorm apparaat Het eerste dat opvalt is het 3,5 inch scherm. Daarmee behoort de BiNavi tot de grotere fietscomputers. Toch is het apparaat met zijn gewicht van 103 gram en dikte van slechts 14,5 millimeter niet overdreven lomp. Het grote scherm is met name prettig wanneer je veel gegevens tegelijkertijd wilt bekijken. Per pagina kunnen maximaal twaalf velden worden weergegeven. Dat is veel. De vraag is natuurlijk of je tijdens het fietsen werkelijk twaalf verschillende getallen tegelijkertijd wilt proberen te lezen, maar je hebt in ieder geval de keuze. Interessanter is dat je niet bent aangewezen op alleen maar getallen in rechthoekige vakken. Er zijn verschillende grafieken, gekleurde velden, meters en wijzertjes beschikbaar. Daarmee kun je een scherm maken waarop je in één oogopslag behoorlijk veel informatie ziet. Dat blijkt in de praktijk een van de sterke punten van de BiNavi, zo kun je bijvoorbeeld vermogen, hartslag of andere trainingsgegevens veel visueler weergeven dan alleen met een cijfer, bijvoorbeeld met een soort wijzerplaat die laat zien hoeveel procent je aeroob en anaeroob hebt gereden. Meerdere profielen voor verschillende fietsen De iGPSPORT-app speelt een belangrijke rol bij het instellen van de fietscomputer. Gelukkig is die companion-app heel prettig in gebruik. Schermen aanpassen, instellingen wijzigen en gegevens synchroniseren gaat overzichtelijk en snel. Ook handig is dat je verschillende fietsprofielen kunt aanmaken. Wij gebruikten bijvoorbeeld afzonderlijke instellingen voor race, gravel en tijdrit. Dat is vooral interessant wanneer je per discipline andere informatie wilt bekijken en de juiste sensoren gekoppeld wilt hebben. Er is ook een optie om voor grotere letters en cijfers te kiezen, voor als je je leesbril thuis wilt laten. Op de tijdritfiets wil je misschien vooral je 30s en gemiddelde vermogen, hartslag en rondetijden prominent in beeld hebben. Op de gravelbike zijn navigatie, afstand en hoogte mogelijk veel interessanter en op mijn racefiets wil ik mijn radar graag op het scherm zien. Je hoeft die schermen niet iedere keer opnieuw samen te stellen, maar kunt voor iedere toepassing een eigen profiel maken. De hoeveelheid gegevens die je vervolgens op die schermen kunt zetten is enorm. Dat gaat van de gebruikelijke snelheid, afstand en hartslag tot allerlei uitgebreide vermogensgegevens. Maar ook het weer, muziek, je Di2, meldingen van Whatsapp, social media, mail, enz. En dankzij de verschillende grafieken, meters, wijzers en kleuren kun je die gegevens bovendien behoorlijk fraai presenteren, Dynamic Widgets noemen ze die. Al met al een meer dan compleet pakket. Bediening is verrassend intuïtief Een uitgebreide fietscomputer kan gemakkelijk verzanden in eindeloze menu’s, maar daar heeft de BiNavi wat ons betreft weinig last van. De bediening is behoorlijk intuïtief en het apparaat reageert vlot. Ook het opstarten gaat lekker snel, en met ons eigen logo, leuk! Je krijgt een front-out mount meegeleverd, maar ik rijd graag met de mount met fietsbel van closethegap. Omdat de BiNavi gewoon op de Garmin mount (kwartslag draaien en vast) past, heb ik die gebruikt. Mooi is dat de mount achterop vervangbaar is mocht er eens een lipje afbreken. Dan schroef je die er zo af en kan er een nieuwe op….letten jullie even op bij Wahoo?! Je kunt de BiNavi bedienen via het touchscreen én met zes fysieke knoppen. Vier knoppen zitten aan de zijkanten en zijn tijdens het fietsen gemakkelijk bereikbaar. De overige twee zitten aan de onderkant van de fietscomputer. Daar zit meteen een klein ergonomisch nadeel. Gebruik je een out-front mount waarbij de BiNavi dicht tegen het stuur zit, dan zijn deze twee onderste knoppen lastiger te bereiken. Het gaat daarbij gelukkig om de knoppen voor start/stop en nieuwe ronde. Beide functies kun je ook via het touchscreen bedienen. In de praktijk is dat dus geen groot probleem, maar bij de keuze en positionering van je mount is het wel iets om rekening mee te houden. Het touchscreen zelf reageert prettig en iGPSPORT ondersteunt ook bediening met handschoenen. Dat heb ik nog niet getest, kom ik nog wel eens op terug als het kouder wordt. Zeker tijdens het fietsen vinden we de combinatie van touchscreen en fysieke knoppen prettig. Je hoeft niet voor iedere handeling op het scherm te tikken, terwijl je voor de uitgebreidere bediening juist van het touchscreen kunt profiteren. Er is wel een kleine tegenvaller voor Nederlandse gebruikers: Nederlands wordt niet ondersteund. Wij hebben daarom de Engelstalige interface gebruikt, want ons Pools en Chinees is wat roestig. De bediening is gelukkig logisch genoeg om daar snel aan te wennen. Een eigen afbeelding bij het opstarten Een leuk detail van de BiNavi is dat je zelf een afbeelding kunt instellen die tijdens het opstarten wordt weergegeven. In eerste instantie klinkt dat vooral als een leuke gimmick. Een foto van je fiets, het logo van je wielerclub of iets anders persoonlijks maakt het apparaat net wat meer van jezelf. Maar de functie kan ook praktisch worden gebruikt. Je kunt bijvoorbeeld zelf een afbeelding maken met daarop je naam, telefoonnummer en e-mailadres. Mocht je de fietscomputer tijdens een vakantie, evenement of koffiestop ergens laten liggen, dan weet de eerlijke vinder meteen van wie het apparaat is en hoe je te bereiken bent. Mooi scherm, maar niet het helderste Over het scherm zijn we grotendeels tevreden. Kleuren, datavelden en kaarten zien er goed uit en vooral de hoeveelheid informatie die je overzichtelijk kwijt kunt is een pluspunt. Toch is hier ook een duidelijk verbeterpunt te vinden. Zelfs op de hoogste helderheidsstand komt de BiNavi qua helderheid tekort ten opzichte van concurrenten van Garmin, Wahoo en Hammerhead. Bij normaal gebruik levert dat niet direct problemen op, maar het verschil is duidelijk zichtbaar. Waarschijnlijk heeft iGPSport hiervoor gekozen om de accu zo lang mogelijk mee te laten gaan. Of de geclaimde 35 uur daadwerkelijk gehaald wordt, weet ik niet. Daarvoor zit ik tijdens het testen altijd teveel te pielen met diverse sensoren en het uitproberen van alle opties. Dat lijkt niet op normaal gebruik, waardoor de accu zwaarder belast wordt. Toch viel ook tijdens de test direct op dat deze accu serieus lang meegaat. Veel langer dan die van mijn eigen Karoo 3 in ieder geval. De computer heeft een lichtsensor en kan zijn helderheid automatisch aanpassen. Dat werkt prima, maar uiteindelijk kan automatische helderheid natuurlijk nooit méér licht uit het scherm halen dan de maximale stand. In de praktijk heb ik de helderheid daarom gewoon op 100% gezet. Daarmee kan ik op 1 acculading makkelijk een paar lange ritten maken. GPS-fix is snel gevonden Over de GPS-ontvangst hebben we weinig te klagen. Sterker nog, de GPS-fix werd tijdens onze ritten eigenlijk altijd snel gevonden. De BiNavi beschikt over dualband-GNSS en gebruikt zowel de L1- als L5-band. Er kunnen bovendien verschillende satellietsystemen worden gebruikt, waaronder GPS, BeiDou, GLONASS, Galileo en QZSS. In de praktijk betekent het vooral dat je er nauwelijks over hoeft na te denken. Fietscomputer aanzetten, fietsprofiel selecteren en vertrekken. Voor ik de straat uit ben is de computer al aan het opnemen en het navigeren. Sensoren koppelen gaat probleemloos Ook het koppelen van sensoren gaat zonder gedoe. We hebben de BiNavi onder andere gebruikt in combinatie met verschillende powermeters, twee soorten radars en een hartslagband. Daarnaast hebben we een smartwatch van iGPSPORT gebruikt om de hartslag naar de fietscomputer door te sturen. Al die combinaties werkten probleemloos. Voor hartslag, snelheid en cadans ondersteunt de BiNavi zowel Bluetooth als ANT+. Daarnaast kan de computer communiceren met slimme fietsverlichting, e-bikes en smarttrainers. Uitgebreide navigatie met offline kaarten De naam BiNavi verklapt al dat iGPSPORT behoorlijk veel nadruk heeft gelegd op navigatie. Daarvoor beschikt de computer over offline kaarten. Je kunt routes plannen en naar de fietscomputer sturen, waarna je onderweg aanwijzingen krijgt. Dat grote 3,5 inch scherm komt bij navigeren goed van pas. Een kaart heeft nu eenmaal meer aan wat extra schermoppervlak dan een eenvoudig dataveld met je snelheid. Daarnaast beschikt de computer over een klimfunctie. Daarmee krijg je tijdens een route informatie over beklimmingen te zien, inclusief het profiel van de klim. Dat is vooral fijn wanneer je in een onbekende omgeving rijdt en wilt weten hoeveel klimwerk je nog voor de kiezen krijgt. Niet getest overigens, maar het principe is gelijk aan dat bij de grote concurrenten. De combinatie van het grote scherm, de ruime opslagcapaciteit, offline kaarten en nauwkeurige GPS maakt navigatie een van de belangrijke verkoopargumenten van de BiNavi. In de praktijk heb ik geen problemen gehad. Routes maken en uploaden kan via de app, maar je kunt ook een eindpunt aanklikken op de fietscomputer, dan maakt ie ter plekke een route. Niet razendsnel, maar het werkt prima. Rerouten als je een keer een foutje maakt gaat snel en goed. Uiteraard is ook de optie ‘navigeer naar huis’ aanwezig, waar je ook bent. Zeg dat je de snelste route naar huis wilt en de BiNavi leidt de weg. BiNavi als trainingsmaatje? De BiNavi is ook te gebruiken om trainingen mee uit te voeren, het apparaat laat je dan weten welk blok je wanneer moet uitvoeren, telt netjes af naar het volgende blokje en laat je ondertussen zien of je je een beetje aan de opdracht houdt, werkt prima. Jammer is wel dat je niet simpelweg een fit-file via de companion-app kunt uploaden of desnoods via een usb-kabel tussen je latop en de fietscomputer. Je bent afhankelijk van het handmatig aanmaken van trainingen in de companion app, dat is best omslachtig. Het enige alternatief is nu te werken met de betaalde versie van Trainingspeaks. Van daaruit kun je workouts syncen met de fietscomputer, niet heel klantvriendelijk. Dat hebben de grote drie (Garmin, Wahoo en Hammerhead) beter voor elkaar. Ik train vaak samen met Ronald, die kan me via Whatsapp een .fitfile toesturen dat ik in een paar seconden op mijn Wahoo of Karoo zet. De BiNavi doet daar dus niet aan mee. Gek genoeg kun je routes wel op deze manier importeren, hopelijk fikst iGPSport dit in een toekomstige update. Het is echt jammer, want verder is alles aan boord om een volwaardig trainingsmaatje te zijn. Je krijgt inzicht in bizar veel trainingsdata, tot de tijd dat je staand fietste en je pedal smoothness aan toe. Je kunt er natuurlijk een keer voor gaan zitten en wat standaard trainingen aanmaken via de app. Er zitten onder het kopje ‘My’ al wat standaard trainingen. Die zijn helaas niet te kopieren om ze aan te passen. Rit automatisch naar Strava of Komoot Na het fietsen wil je natuurlijk dat je rit op Strava of Komoot terechtkomt en dat proces is gelukkig eenvoudig. Daarvoor heb je wel de iGPSPORT-app op je telefoon nodig. In die app koppel je eerst je Strava-account. Zodra een voltooide rit via Bluetooth of wifi naar je telefoon is gesynchroniseerd, wordt deze vervolgens automatisch doorgestuurd naar Strava. In de praktijk werkt dat prettig. Je hoeft dus na iedere training niet zelf FIT-bestanden te exporteren of bestanden naar Strava te uploaden. Rit stoppen, laten synchroniseren en even later staat de activiteit op Strava. Naast Strava biedt iGPSPORT koppelingen met onder andere TrainingPeaks en Komoot. Maar ook Insta360 en DJI, leuk als je data als snelheid, afstand, etc. aan een filmpje uit je camera wilt toevoegen. iGPSport companion app De companion app is het eco-systeem van iGPSport. Je koppelt er al je apparaten van het merk en alle data die daaruit komt wordt verwerkt in je profiel. Zo krijg je, net als bij Garmin Connect, een overzicht van een aantal gezondheidsstatistieken. Ik draag het horloge nu ook al een poosje (review volgt binnenkort) en kan dus mijn slaappatroon zien, mijn trainingsdata, hrv-data, stresslevel, enz. Niet zo uitgebreid als bij Garmin, maar best mooi. Ik heb tijdens het reviewen van de computer twee keer een firmware update geïnstalleerd, iGPSport is dus nog bezig met het verbeteren van het apparaat. Die updates verliepen probleemloos, het is altijd fijn om zonder extra te betalen toch een beter product te krijgen. Sterk in prijs Ter vergelijk de prijzen van een aantal fietscomputers met touchscreen, die vergelijkbare opties bieden. De BiNavi kost 220 euro, de Garmin Edge 850 komt op 550 euro, een Wahoo Elmnt Roam 3 kost 450 euro en een Karoo 3 kost 500 (op veel plekker online voor 350) euro. Doen ze dus niet slecht bij iGPSport. 20% korting via F13ts.nl We schrijven bij The Cycling Crew altijd objectief en worden niet betaald voor het maken van reviews. We proberen wel, waar het kan, leuke acties voor onze lezers los te peuteren. Bij de BiNavi is dat gelukt. De fietscomputer werd voor deze review namelijk beschikbaar gesteld door distributeur BusyBee. Mocht je na het lezen van deze review interesse hebben in de aanschaf van dit apparaat, dan bieden zij je 20% korting aan op hun website f13ts.nl, via de Waardebon code: ‘TheCyclingCrew20‘. Je betaalt dan €175,96. Check deze link voor de mooie aanbieding: F13TS.NL KORTING.

Pirelli fietsbanden fabrieksbezoek

Binnenkijken bij Pirelli: zo wordt een fietsband ontworpen en geproduceerd

Een fietsband lijkt een vrij simpel product. Een beetje rubber, een karkas en een profiel, klaar. Wie bij Pirelli in Milaan en Bollate achter de schermen kijkt, ontdekt dat de werkelijkheid behoorlijk anders is. Van prototypes die met de hand worden uitgesneden tot miljoenen kostende testmachines en een vrijwel volledig geautomatiseerd productieproces. “Pronto”, klinkt het uit de intercom als ik op de bel druk bij de enorme parkeerplaats van Pirelli in Milaan. Als ik vertel dat ik uit Olanda kom en verwacht word voor een rondleiding, gaat de slagboom open. Binnen wacht Riccardo Donadello van Pirelli me op. Aan de overkant van de straat bevinden zich de ontwikkel- en testfaciliteiten. Daar wil ik vooral heen, maar eerst krijg ik een aardig stukje wielergeschiedenis voorgeschoteld. Van Coppi tot de moderne P Zero De relatie tussen Pirelli en de fiets gaat namelijk ver terug. Al aan het einde van de negentiende eeuw werd er op fietsbanden van de Italiaanse fabrikant gekoerst. Tijdens de eerste Giro d’Italia, in 1909, reden 30 van de 49 deelnemers op Pirelli-banden. Later reden ook kampioenen als Gino Bartali en Fausto Coppi ermee. Een flink deel van die geschiedenis is bewaard gebleven in de Fondazione Pirelli, het bedrijfsarchief op het immense Pirelli-terrein. Archivaris Eleonora Salvatti laat me laden en kasten vol oude documenten zien. Van technische tekeningen van rubber banden tot prachtig getekende reclameposters uit de vorige eeuw. Toch verdween de fietsband uiteindelijk uit Italië. In de jaren tachtig verhuisde de productie naar Thailand, waarna Pirelli in 1992 helemaal stopte met het maken van fietsbanden. Inmiddels is de situatie compleet anders. Pirelli keerde terug in de wielersport en sinds 2022 worden er opnieuw fietsbanden in Italië geproduceerd. Snijden met de hand Tijd om te zien hoe een moderne fietsband wordt ontwikkeld. In een groot zwart gebouw in Milaan bevinden zich de ontwikkelafdelingen en testfaciliteiten. Hier wordt gewerkt aan compounds, profielen, rolweerstand, grip, slijtage en talloze andere eigenschappen. Indoor testing manager Guido Carosio leidt me langs de machines. Opvallend genoeg begint niet alles hier met hypermoderne apparatuur. Nieuwe profielen worden bijvoorbeeld gewoon met de hand in gladde prototypebanden gesneden. Eerst projecteert een laser het ontwerp op het rubber. Vervolgens snijdt een medewerker met verwarmde mesjes alle groeven, kuiltjes en noppen één voor één uit. Dat klinkt omslachtig, maar voor ieder nieuw idee een complete productiemal maken is nog veel omslachtiger en duurder. Zo kan Pirelli eerst testen of een profiel überhaupt werkt. Daarna begint het echte martelen van de banden. Lekrijden, afslijten en rollen Er staan machines voor het meten van lekbestendigheid, rolweerstand, grip, warmteontwikkeling en slijtage. Een ander apparaat brengt precies in kaart hoe de druk over het contactoppervlak van een band wordt verdeeld. Daarmee kunnen de ingenieurs bijvoorbeeld controleren of de noppen van een gravel- of mountainbikeband op de juiste plek staan. Voor een levensduurtest wordt een fietsband drie dagen lang met 52 kilometer per uur over een trommel van twee meter doorsnee gestuurd. Daarbij rust er een belasting van 70 kilo op de band. Een van de grootste machines in de ruimte wordt gebruikt voor Formule 1-banden en kan tests uitvoeren bij snelheden tot 280 km/u. Kosten: zo’n zes miljoen euro. Gelukkig blijven de fietsbanden daar buiten. Ze zijn al duur genoeg. Made in Italy Een kwartier rijden verderop staat in Bollate de fabriek waar onder andere Pirelli’s P Zero-fietsbanden worden gemaakt. Wie ooit een traditionele bandenfabriek bezocht heeft, verwacht hitte, lawaai en vooral de penetrante geur van rubber en chemicaliën. Daarvan is buiten deze fabriek vrijwel niets te merken. Dampen die bij het vulkaniseren ontstaan, worden met een filtersysteem afgevangen. De fabriek heeft bovendien een bijzondere geschiedenis. Hier werden vroeger autobanden gemaakt. Toen die productie naar Azië verhuisde, dreigden werknemers die soms al tientallen jaren bij Pirelli werkten hun baan kwijt te raken. De komst van de nieuwe productielijn voor fietsbanden gaf de fabriek een nieuw leven. Er werken ongeveer 200 mensen en de fabriek draait vrijwel het hele jaar, 24 uur per dag in drie shifts. Van blok rubber naar fietsband R&D-manager Hakan Hosgelen laat zien waar een P Zero begint: bij forse blokken rubbercompound. De precieze samenstelling daarvan is uiteraard geheim. De compound gaat door een ongeveer twintig meter lange verwarmde extruder. Daar komt uiteindelijk een eindeloze strook rubber uit, precies op de gewenste dikte en breedte. Tijdens dat proces wordt continu gecontroleerd of alles binnen de toleranties blijft. Vervolgens worden de verschillende onderdelen samengevoegd. Denk aan het karkas, liners, aramide draden, logo’s en bij tubeless banden de benodigde luchtdichte lagen. Dan lijkt het al behoorlijk op een fietsband, maar ermee fietsen kun je nog niet. Robots doen het hete werk Daarvoor moet de band eerst worden gevulkaniseerd. De nog zachte band gaat onder druk een verwarmde mal in. Daar krijgt het rubber zijn uiteindelijke eigenschappen en krijgt de band zijn vorm en profiel. Dit is normaal gesproken een van de heetste en zwaarste onderdelen van de bandenproductie. In Bollate is het proces geautomatiseerd. Robotarmen pakken de banden op, plaatsen ze in de mallen en halen ze er na het vulkaniseren weer uit. Temperatuur, druk en tijd luisteren nauw. De band verblijft slechts enkele minuten in de mal, bij een temperatuur van grofweg 160 graden Celsius. Daarna kan de kwaliteitscontrole beginnen. Iedere band is te volgen Naast automatische controles bekijkt ook personeel de banden voordat ze in de bekende zwart-gele verpakking verdwijnen. Iedere band krijgt vroeg in het productieproces een barcode. Daardoor is later precies terug te vinden wat er tijdens de productie met die specifieke band is gebeurd. Ook wordt iedere band gewogen. Ondanks alle automatisering en controles wordt uiteindelijk ongeveer twee procent afgekeurd. Juist die aandacht voor kleine afwijkingen maakt duidelijk hoe precies de productie van een moderne fietsband inmiddels is. Medewerkers die vroeger aan veel grotere autobanden werkten, moesten volgens Pirelli dan ook wennen aan de kleine toleranties die bij fietsbanden gelden. Simpel? Niet echt Na een dag tussen compounds, prototypes, robots, testtrommels en laboratoria kijk ik toch iets anders naar die twee zwarte hoepels onder mijn fiets. Een buitenband ziet er eenvoudig uit, maar achter een moderne racefiets- of gravelband blijkt een behoorlijk geavanceerd ontwikkel- en productieproces schuil te gaan. Daarbij vind ik het interessant dat Pirelli ervoor heeft gekozen om een groot deel van die fietsbanden weer in Italië te produceren. Meer info over de banden: pirelli.com/tyres/

  • 1
  • 2
  • …
  • 9