Bij de aanschaf of een upgrade van een gravelbike kom je voor nogal wat dilemma’s te staan. Wat moet je kiezen? Wij helpen je op weg. Weg met de keuzestress!
Koop je een betaalbaar aluminium instapmodel en zet je daar later duurdere onderdelen op, of ga je direct all-in voor die dure lichtgewicht gravelbike van carbon? Moet je een nieuwe fiets kopen om met de bredebandentrend mee te kunnen doen, of laat je die aan je voorbijgaan? Keuzes, keuzes, keuzes… We proberen je door de bomen het gravelpad weer te laten zien.
De fiets, racen of relaxen?
Niet alleen welk merk je kiest, maar ook voor welk materiaal je gaat kan heel wat hoofdbrekens kosten. Carbon is, ook in de gravelscene, het meestgebruikte framemateriaal. Logisch, want het is sterk, licht en in allerlei vormen te maken dankzij geavanceerde productieprocessen.
Je kiest voor aluminium als je de kosten een beetje binnen de perken wilt houden. Aluminium is wat zwaarder dan carbon, maar gaat lang mee en kan tegen een stootje. Staal kies je voor het comfort en de repareerbaarheid. Al wordt staal tegenwoordig vooral gekozen omdat je dan iets bijzonders onder je kont hebt. Want ook gravelbikes van carbon kunnen heel comfortabel zijn. Bovendien kunnen carbonreparateurs tegenwoordig wonderen verrichten. Titanium tot slot is een prima keuze als je een bombproof fiets wilt die jaren en jaren (en jaren) meegaat.

Als je het materiaal hebt gekozen, is er nog de geometrie. Ga je voor racy, comfort, avontuur? Opnieuw is de keuze enorm en vooral lastig als je zelf niet zo gemakkelijk in een hokje te plaatsen bent. Zorg er in ieder geval voor dat je een fiets met veel nokjes koopt als je van plan bent te gaan bikepacken. Handig om hem vol te hangen met tassen.
Ga je races rijden? Ga dan voor een zo aerodynamisch en licht mogelijk model. Op een avonturenfiets kun je prima een wedstrijd meepakken, andersom ga je op een stijve wedstrijdbike beduidend minder plezier beleven tijdens een weekje bikepacken.
De wielen
Extra investeren, of niet? De nieuwste wielen en banden zijn misschien wel dé reden om wat flappen te tappen. Als jij nu met relatief smalle aluminium velgen en 38-millimeterbanden rijdt, valt daar flink wat winst te halen – mits je fiets bredere banden aankan. Op dit moment lijkt 45 millimeter bijna de nieuwe standaard te zijn. En 50 of 55 millimeter, of zelfs 2,4 inch (ongeveer 61 millimeter) zijn zelfs al geen uitzondering meer. Mochten brede banden dus in je fiets passen, dan zouden we zeker onze pinpas pakken voor een moderne, lichte carbon wielset met brede velg (minimaal 30 millimeter).

Met zo’n wielset bespaar je zomaar 200 gram. Dat lijkt misschien niet veel, maar je voelt dit duidelijk tijdens het fietsen. Vooral bij het accelereren en het insturen van bochten. Bredere velgen zorgen ook voor een mooie ronde luchtkamer die niet alleen heel veel comfort geeft, maar ook bijzonder soepel rollende en sturende banden oplevert. Zo’n moderne brede band op een ouderwetse smalle velg geeft, zeker bij lage bandendruk, de kans op zwikken en burpen. En de aerodynamica is gewoon beter als de band goed aansluit op de velg.
Ga je wedstrijden rijden, denk dan ook aan de velghoogte. Hoge velgen zijn over het algemeen sneller dan lage, dankzij hun betere aero-eigenschappen.
De banden, tubeless of niet?
Over banden kunnen we een complete Gravelspecial vol schrijven. In het artikel over bandenprofiel, verderop in dit tijdschrift, lees je al wat in welk geval de beste keuze is. Maar een band is meer dan alleen zijn profiel. Rijd je nog met binnenbanden? Stop daar dan eindelijk eens mee! Bij het gravelen is tubeless een no-brainer. Je kunt daardoor met minder bandendruk toe, met een veel kleinere kans op stootlekken. Dat levert echt meer comfort en grip op. En de meeste gaatjes worden, tijdens het fietsen, netjes gedicht door de vloeibare latex.

Kies banden het liefst zo breed als in je frame en om je velgen passen. De ontwikkelingen in bandenland gaan razendsnel. Compounds (de samenstellingen van het rubber) worden steeds beter, waardoor ook de heel lichte en snelle banden steeds lekbestendiger zijn. Hierdoor zijn ze inzetbaar op veel lastiger terrein dan je zou verwachten. Houd dus niet zomaar vast aan die 38-millimeterband met dikke noppen waar je al drie jaar tevreden over bent, maar blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door de tests in Fiets Magazine te lezen…
De groepset: Shimano, SRAM of Campagnolo?
Om met de deur in huis te vallen: Campagnolo Ekar raden we, hoewel met afstand de mooiste gravelgroepset, niet aan. Deze schakelt het minst, bovendien heb je hierbij een gekke duimshifter die in de weg zit als je al stuiterend op slecht terrein rijdt. Dus blijven Shimano GRX en SRAM XPLR over. Wil je mechanisch schakelen, dan kom je vanzelf bij Shimano terecht. SRAM biedt alleen elektronisch schakelende XPLR-groepsets aan, terwijl bijvoorbeeld de GRX 400-groep er gewoon met een derailleurkabel is.

Maar kun je het geld missen, ga dan liever voor de elektronische Di2- of AXS-uitvoering. Finetunen is makkelijker bij een elektronische groep en het scheelt onderhoud en kabels door je fiets. Eenmaal in deze categorie hebben we niet echt een voorkeur. In de RED-topgroep heeft SRAM dertien kransjes op de cassette, Shimano’s vlaggenschip GRX 800 moet het met 12 moet. Maar dat is niet doorslaggevend bij de keuze tussen de twee, beide groepsets zijn steengoed. Eigenlijk is het vooral even wennen, de vorm van de shifters is bijvoorbeeld net anders. De een vindt Shimano fijner in de hand liggen, de ander SRAM. Met je linkerhand zwaarder en met rechts lichter schakelen, zoals je bij SRAM doet, is heel intuïtief. Maar ook met Shimano gaat schakelen razendsnel en foutloos. En aan die dubbele knoppen achter de remgreep ben je snel gewend. Even testrijden voor je tot aanschaf overgaat is het beste advies dat we kunnen geven. Een miskoop aan GRX of XPLR doe je sowieso niet.
Het crankstel, enkel of dubbel?
Een groot dilemma is toch wel of de nieuwe fiets met een enkel of een dubbel crankstel uitgerust moet worden. Het antwoord is niet zo eenvoudig, want het is erg afhankelijk van je persoonlijke voorkeur. Zorg in ieder geval dat je een fiets koopt die ook is voorbereid op een voorderailleur. Mocht je na een poosje toch willen switchen van een enkel naar een dubbel crankstel, dan heb je die keuze in ieder geval. Lees ook even het artikel over versnellingssystemen verderop in deze Gravelspecial, want er is wat versnellingen betreft meer dan alleen de derailleur.

Maak je overigens niet te druk om het beperkte aanbod in tandwielverhoudingen. Die vaste combi’s zijn door de fabrikanten juist zo gekozen omdat dit de beste verhoudingen zijn voor de meeste omstandigheden. Tenzij je de steilste bergen wilt beklimmen met volle bepakking, of met 50 kilometer per uur wilt gravelracen, kun je prima uit de voeten met wat de groepsetmakers je bieden.
Het stuur, breed of smal?
Neem je veel of weinig flare? En wil je een breed, of juist wat smaller stuur? Het is in ieder geval aan te raden een stuur te kiezen dat veel comfortabele posities voor je handen biedt. Plat in het midden om de handen lekker op de laten rusten bij relaxt rechtdoor toeren, en een fijne aansluiting tussen bocht en shifters voor een wat meer aero houding. (Wist je trouwens dat je met gebogen ellebogen aerodynamischer op de hoods zit, dan met je handen onderin de beugels?)

Zeker op de gravelbike kan het nog wel eens voorkomen dat je wat wilt experimenteren met je stuur. Dan is een combinatie van een los stuur en losse stuurpen handiger dan zo’n mooie maar loeidure carbon cockpit uit één stuk. Want daar kun je niets aan afstellen.
Gravelsturen hebben bijna altijd flare, wat staat voor het naar buiten uitwijken van het stuur vanaf de bocht. De hoeveelheid flare wordt aangegeven in graden. Een graad of 12 is vrij gematigd, alles boven de 30 graden staat echt extreem naar buiten. Over het algemeen geeft een breder stuur meer controle. En als je controle nodig hebt, pak je altijd het stuur onderin vast en niet bovenop.
De dropperpost, geld uitgeven aan een dropperpost, of niet?
Op de gravelbike zie je hem nog lang niet zo vaak als op de mountainbike, maar hij is wel in opkomst: de dropperpost. Dat is een zadelpen die je met een druk op de knop een paar centimeter kunt laten zakken. Waarom je dat zou willen? Vooral om op steile en technische afdelingen meer controle te hebben. Zo’n ding voorkomt dat het lijkt alsof je over de kop slaat, ook kun je wat gemakkelijker achter je zadel hangen als het echt steil wordt.

Gravel je graag op technische parcoursen of ga je de bergen in? Dan is een dropperpost echt een fijne toevoeging. Kom je vooral op de Gooise, Veluwse of andere Nederlandse gravelpaden, geef je geld dan liever ergens anders aan uit. Dan bespaar je ook nog eens die paar honderd gram die een dropper aan het gewicht van je fiets toevoegt.
Vering: een gravelbike met of zonder?
De gravelbike schuift de laatste tijd langzaam maar zeker op richting de MTB. Niet alleen doordat de banden steeds breder worden en de dropperpost zijn intrede heeft gedaan, maar ook omdat we steeds vaker fietsen met vering zien. Aan de voorkant kan dat bijvoorbeeld een lichte uitvoering van een MTB-vork zijn, een speciale Lefty in de Cannondale Topstone, een vork met bladvering van Lauf of de bijna verborgen systemen in sommige Specialized-gravelbikes. Aan de achterkant zien we ook dat er doorontwikkeld wordt. Het Kingpin-scharnierpunt, opnieuw van Cannondale, verende zadelpennen dankzij een platte achterkant of de toevoegingen van elastomeren in de achtervork: het zijn allemaal manieren om ook de achterzijde van de gravelbike comfortabeler te maken.

Heb je dat echt nodig? Dat is opnieuw persoonlijk en ook erg afhankelijk van je favoriete terrein. We hebben met alle systemen gereden en weten dat ze werken. Maar tegelijk kun je je afvragen of je niet genoeg hebt aan de brede banden in combinatie met een lekker lage bandendruk. Tijdens écht lange ritten merk je echt wel dat die extra demping zorgt dat je minder vermoeid wordt. Maar als je vooral ritjes van twee à drie uur maakt, dan zouden we de demping lekker links laten liggen. Zulke extra systemen maken de fiets niet alleen duurder en zwaarder, maar leveren ook extra onderhoud op.
Weg- of offroadpedalen?
Fietsen met racefietspedalen, zodat je de schoenen die je al hebt voor je racefiets ook op je gravelbike kunt gebruiken? Dat raden we af. Zelfs als je bijna nooit een voet aan de grond zet, zijn offroadpedalen veel fijner. Je kunt dan aan twee kanten inklikken. Bovendien loop je, als je eenmaal van de fiets af bent, een stuk gemakkelijker op schoenen met offroadplaatjes. Daarnaast kunnen ze veel beter tegen modder en nattigheid, dat geldt zowel voor de pedalen als de schoenen. Heb je echt nul ambities om hard te fietsen, dan kunnen zelfs platte pedalen een prima optie zijn. Ook voor wie bang is om niet op tijd uit te kunnen klikken, is dit een fijn type pedaal.

We hopen dat je hiermee wat knopen kunt doorhakken. Mocht je toch nog ergens over twijfelen? Op ons forum helpen wij (en je medefietsers) je altijd graag bij keuzestress.